banner klad



wat is archeologie

Archeologie is in feite de wetenschap die zich bezighoudt met alle mogelijke overblijfselen van menselijke aanwezigheid. Dit heeft dus betrekking op zowel artefacten, zoals stenen werktuigen en aardewerk, als grondsporen en muurresten.

Om archeologische resten aan te treffen hoef je helemaal niet naar het buitenland. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht heeft Vlaanderen een vrij hoge potentie voor archeologie, het is alleen niet altijd even zichtbaar. In de meeste gevallen worden er enkel nog verkleuringen van de bodem aangetroffen. Deze duiden op plaatsen waar ooit palen, waterputten of grachten hebben gezeten. Wat we in de vulling van die sporen vinden heeft een indicatie van de ouderdom. Helaas gaat het vrijwel nooit over schatten, maar eerder over een paar scherfjes. Nog een vaak voorkomende misvatting is dat archeologen diep zouden moeten graven. Het loopvlak is gedurende de laatste duizenden jaren grosso modo hetzelfde gebleven. Als we de ploeglaag wegnemen is dat al voldoende om de verkleuringen van de sporen te zien in de ongeschonden moederbodem.

Op voorhand is het onmogelijk om te weten wat er zich percies allemaal in de ondergrond bevindt. Alvoor er veel tijd en geld in een opgraving wordt gestoken moet eerst de potentie van het terrein worden nagegaan. Dit kan met verschillende methodes, zo kunnen aan de hand van luchtfoto's zones met archeologische sporen ontdekt worden. Ook door fieldwalking, over het veld lopen en kijken wat er aan scherven en silexen te vinden is, kunnen archeologische sites ontdekt worden. Iets ingrijpender zijn proefsleuven. Dit zijn eigenlijk mini-opgravingen, waarbij we lange stroken op een regelmatige afstand van elkaar nagaan. Dit is de meest ingrijpende methode, maar ook de meest doeltreffende.

Als er dan uiteindelijk een opgraving moet plaatsvinden dan wordt er vrij systematisch te werk gegaan. Van het geselecteerde stuk wordt de ploegaarde afgegraven met een kraan. Hierna schaven we het vlak om de verkleuringen duidelijker te zien, en vervolgens lijnen we die af, tekenen ze in, en fotograferen we ze. Na de hoogtemeting wordt er overgegaan tot couperen, waarbij we eigenlijk een dwarsdoorsnede maken zodat we de vorm en diepte, de vulling en wat erin zit kunnen achterhalen. Opnieuw worden die doorsneden gefotografeerd en getekend. Belangrijk om te vermelden : met een opgraving is de kous niet af, eigenlijk begint het dan nog maar. Tijdens de verwerking worden de grondplannen uitgevlooid naar patronen en structuren (bv. gebouwen), worden het aardewerk (en andere artefacten) en de genomen stalen onderzocht, en moet er een synthese gemaakt worden van wat er nu exact is aangetroffen.

Dit is eigenlijk de gang van zaken zoals we die in landelijke sites meemaken, bij stadscontexten wordt er enigszins anders te werk gegaan.

Hiermee is natuurlijk nog geen antwoord gegeven op de vraag waarom archeologisch onderzoek nodig zou zijn. Als er grondwerken gebeuren zijn die meestal zodanig ingrijpend dat alle archeologische sporen, zoals muren en grondverkleuringen, vernietigd worden. Deze archeologische sporen zijn echter niet herstelbaar, eens ze weg zijn zijn ze weg. Vandaar dat wij ons erfgoed een waardige doodsbegeleiding pogen te geven.



terug naar onderzoek