KLAD > Kale - Leie Archeologische Dienst

Bouwheer

1. Archeologische sites zijn toeristische attracties op exotische bestemmingen toch?

Dat klopt weliswaar, maar archeologische sites komen ook hier voor ! Het Europees en ook Vlaams standpunt daarover is zelfs dat gekende archeologische sites in situ moeten kunnen bewaard worden en dat ongekende sites zo snel mogelijk moeten kunnen opgespoord worden om ze eventueel alsnog in situ (ter plaatse) te bewaren. Waar dit mogelijk is worden ze ex situ bewaard, door middel van een opgraving.

Dat vergt inspanningen van alle partijen om archeologie en planning op elkaar af te stemmen. Hou er dus tijdig rekening mee bij de opmaak van uw bouwproject, want archeologie hoeft geen belemmering te zijn.

Bij de KLAD kan u informatie verkrijgen over de vigerende regelgeving rond archeologie en hoe er mee om te gaan.

2. De Vlaamse wetgeving ter bescherming van het archeologisch erfgoed

Het Vlaams archeologisch beleid is gebaseerd op de Europese standpunten uit het Verdrag van La Valletta (Malta) (16 januari 1992). Dit verdrag werd in België geratificeerd op 8 oktober 2010 en is op 9 april 2011 ook effectief in werking treden.

U vindt meer informatie over het Vlaams beleid op www.onroerenderfgoed.be onder wet- en regelgeving.

Belangrijk voor u is te weten dat de Vlaamse wetgeving rond archeologie steunt op de zorgplicht, die impliceert dat de eigenaar of de gebruiker zijn verantwoordelijkheid moet opnemen om de archeologische erfgoedwaarden die zich op hun gronden bevinden te bewaren en te beschermen en ze voor beschadiging en vernieling te behoeden.

Anders gezegd is het de verantwoordelijkheid van de bouwheer om een archeologisch traject te organiseren en te financieren, om aan te tonen dat er geen archeologische erfgoedwaarden op de eigendom aanwezig zijn. Indien deze wel aanwezig zijn kan de bouwheer kiezen voor de in situ bewaring door de site te vrijwaren door ze niet te bebouwen of te kiezen voor archeologievriendelijke bouwmethodes. Indien dit niet mogelijk is dient de bouwheer in te staan voor een kwalitatief archeologisch onderzoek van de site.

U hebt de keuze op welk moment u aan deze zorgplicht voldoet. Natuurlijk geldt dat hoe vroeger er weet is van archeologische erfgoedwaarden binnen het plangebied, hoe sneller er rekening mee kan gehouden worden. Hoe langer u wacht met de uitvoering, hoe meer waarschijnlijk de werken vertraging zullen oplopen.

3. Het archeologisch advies

Archeologie is vaak een moeilijk in te schatten factor binnen het planningsproces. In een archeologisch advies worden dan ook maatregelen opgesomd om de archeologische erfgoedwaarden binnen het plangebied op te sporen en te beschermen.

Er zijn in Vlaanderen een aantal mechanismes waarbij een archeologisch advies aan een bouwproject worden gekoppeld.

Een archeologisch advies bij de stedenbouwkundige vergunning

Momenteel wordt op basis van de nieuwe Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 1 september 2009, door het Agentschap Ruimte en Erfgoed een advies verleent bij stedenbouwkundige vergunningen van meerdere types bouwprojecten:

  • verkavelingen van ten minste 10 loten bestemd voor woningbouw of met een grondoppervlakte groter dan een halve hectare, ongeacht het aantal loten;
  • groepswoningbouwprojecten waarbij ten minste 10 woongelegenheden ontwikkeld worden;
  • de bouw of herbouw van appartementsgebouwen waarbij ten minste 50 appartementen gecreëerd worden;
  • aanvragen voor nieuwbouwprojecten met een bebouwd oppervlak van 500 m² of meer in woongebieden en recreatiegebieden;
  • aanvragen voor ontginningsgebieden en uitbreiding van ontginningsgebieden zoals omschreven in het KB van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen, resp. art. 17.6.3 en artikel 18.7.1.

Binnen het archeologisch advies worden, indien nodig, maatregelen opgenomen om de eventuele archeologische erfgoedwaarden binnen het plangebied op te sporen en te beschermen. Een archeologisch advies kan ongunstig (zeldzaam) zijn, gunstig (geen bezwaar) of gunstig onder voorwaarden en deze voorwaarden kunnen een werfbegeleiding inhouden of een vooronderzoek (met proefsleuven en/of boringen) opleggen. Het doel is tijdig archeologisch belangrijke zones binnen het plangebied opsporen.

Het is het Agentschap Ruimte en Erfgoed die voor bovenstaande dossiers het uiteindelijk advies bij de stedenbouwkundige vergunning opmaakt. Voor de dossiers binnen de deelnemende gemeenten van de KLAD, doet het Agentschap Ruimte en Erfgoed beroep op de expertise van de KLAD, die een gefundeerd preadvies opmaakt.

De KLAD volgt verder het dossier op en helpt de bouwheer doorheen het traject.

Een archeologisch dossier bij de verkavelingsaanvraag

Met het in voege treden van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening op 1 september 2009 wordt er van de toekomstige bouwheren ook verwacht dat ze een archeologisch dossier toevoegen aan de verkavelingsaanvraag. Dit betekent dat er voor de percelen onder de aanvraag en hun omgeving moet nagegaan zijn of er in het verleden archeologisch materiaal werd aangetroffen óf dat er indicaties zijn die een aanwezigheid van archeologica in de bodem laten vermoeden.

Voor de advisering bij of zelfs de opmaak van een dergelijk dossier kunnen bouwheren of studiebureaus bij de KLAD terecht. Dit is een eerste stap naar een beter geïntegreerd archeologisch traject in de stedenbouwkundige dossiers, waarbij er al rekening mee gehouden wordt in een vroeg stadium. Zo zal archeologie ook geen verrassing meer zijn, maar kunnen kosten en tijd meegenomen worden in de planning.

Een archeologisch advies bij de ruimtelijke planning

Eigenlijk moet het mogelijk zijn archeologie nog vroeger in te plannen, want hoe vroeger de factor archeologie meegenomen wordt binnen de plannen hoe minder onaangename verrassingen. Daarom adviseert de KLAD ook bij ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) en milieu effectenrapportage (MER).

Zo worden al ver op voorhand maatregelen ingecalculeerd om de eventuele archeologische erfgoedwaarden binnen het plangebied op te sporen en te beschermen.

Adviesaanvraag op eigen initiatief

De KLAD moedigt bouwheren vooral aan zo snel mogelijk rekening te houden met de factor archeologie en zo snel mogelijk een (pre)advies aan te vragen voor het bouwproject. Want door de KLAD vroeg te betrekken kan archeologie vroeg ingepland worden en kan er in de timing en financieel rekening mee gehouden worden.

4. Het archeologisch traject

In een gunstig advies onder voorwaarden, zijn dus maatregelen opgenomen om de eventuele archeologische erfgoedwaarden binnen het plangebied op te sporen en te beschermen, zoals een vooronderzoek met proefsleuven. Dat advies mondt uit in een werfbegeleiding of een archeologisch vooronderzoek. Als bouwheer dient u dit traject te organiseren door een archeologisch bedrijf aan te stellen en dit gebeurt op basis van de inhoud van de Bijzondere Voorwaarden (BVS).

Deze worden opgesteld door het Agentschap Ruimte en Erfgoed of door de KLAD en bepalen dienen enerzijds als bestek voor de aanvraag van offertes bij een archeologisch bedrijf. Anderzijds staan daar de bepalingen in waaraan een archeologisch onderzoek moet voldoen.

De KLAD wendt zijn expertise aan om u doorheen dit archeologisch traject te loodsen. Belangrijk om weten is dat dit proces tot tijd in beslag neemt.

Op basis van het BVS kunnen bedrijven aangesproken worden en offertes aangevraagd worden. Deze vindt u terug op de site van VONA (www.vona.be) onder register. De keuze van de uitvoerder is natuurlijk aan u.

Het aangestelde bedrijf zal voor het vooronderzoek een vergunning moeten aanvragen bij het Agentschap Ruimte en Erfgoed en dit duurt ca. 3 weken. Na ontvangst van de vergunning kan van start gegaan worden met het vooronderzoek. De resultaten worden daarvan opgesomd in een rapport.

Na evaluatie van deze resultaten door de bevoegde erfgoedconsulent van het Agentschap voor Ruimte en Erfgoed en de KLAD kan er beslist worden dat er niet verder dient opgegraven worden, omdat er geen archeologische sporen zijn aangetroffen, of omdat de aangetroffen sporen niet relevant zijn voor verder onderzoek. Dan zal er overgegaan wordt tot vrijgave van de percelen.

Wanneer er wel relevante archeologische sporen zijn aangetroffen dienen er, op basis van de zorgplicht, maatregelen getroffen te worden om het te bewaren. In situ door er niet in in te grijpen (bijvoorbeeld door archeologievriendelijk bouwen) of ex situ door een kwalitatief archeologisch onderzoek van de site te organiseren. Dit brengt niet enkel de opmaak van een nieuw BVS en een nieuwe aanbesteding met zich mee, maar ook dat het bedrijf die de opdracht gegund is, een nieuwe opgravingsvergunning moet aanvragen bij het Agentschap voor Ruimte en Erfgoed.

Belangrijk om te weten is dat tijdens de archeologische werken er geen andere, grondverstorende activiteiten op de afgebakende archeologisch zone mogen plaatsvinden.

advies-1

Schema van het archeologisch traject.