Nieuwsbrief Klad

24 november 2008 : Evergem/Belzele-Molenhoek, middeleeuwse occupatie

Op 1 oktober 2008 is een nieuwe opgraving van start gegaan aan de Molenhoek te Belzele-Evergem, uitgevoerd door een team van 2 projectarcheologen in opdracht van het Ename Expertisecenter vzw. Deze opgraving vormt een aanvulling op een reeds eerder uitgevoerde opgraving tijdens de zomer van 2008 op een terrein aan de Steenovenstraat in Belzele. Beide terreinen werd bedreigd door de aanleg van een verkaveling door de firma Durabrik en huidige bouwheer Van Ryselberghe. Bij voorafgaand proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd door de KLAD, kwamen verschillende middeleeuwse sporen aan het licht. Het huidige onderzoek is momenteel over halfweg en de resultaten mogen er tot nu toe best zijn. Behalve sporen uit de Romeinse periode (waarover meer in een volgende nieuwsbrief), werden er inderdaad ook sporen uit de middeleeuwen aangetroffen die in onderstaande nieuwsbrief worden toegelicht.























Tot nu toe kunnen reeds met zekerheid 2 gebouwplattegronden in de middeleeuwse periode geplaatst worden. Over de eerste plattegrond is de informatie helaas niet uitgebreid. Het onderzoek op de paalsporen heeft zo goed als geen aardewerk opgeleverd. Toch kan deze plattegrond op basis van typologie aan de volmiddeleeuwse periode toegeschreven worden. Het betreft een gebouw van het type zaalgebouw, met aan de buitenzijden dubbele palenrijen en in het midden een lichte nokrij. Het gebouw is noordoost-zuidwest georiënteerd en is 10m breed. De exacte lengte kan niet achterhaald worden, gezien het gebouw buiten het onderzoeksterrein verder loopt.

Een tweede plattegrond ligt ten oosten van het eerste op een iets hoger gelegen deel van het terrein. Het gebouw is eenbeukig met voor beide lange zijden 3 palen op regelmatige afstand en aan beide uiteinden 1 ver uitstaande nokstaander. De plattegrond bedraagt 14 bij 7m en is volgens dezelfde oriëntering ingeplant. In de paalsporen werden naast enkele scherven in grijs gebakken aardewerk ook 2 kleine fragmenten roodbeschilderd aardewerk aangetroffen, wat deze plattegrond in de volle middeleeuwen plaatst.

Van de vijf waterputten tot nu toe op het terrein aangetroffen, kan slechts één ervan aan de Middeleeuwse periode toegeschreven worden. Het betreft een zeer grote ovalen structuur, die deels oversneden wordt door een brede recente verstoring. Door de lagere ligging in het landschap van de waterput, houdt hij mogelijk verband met het zaalgebouw. Deze waterput werd manueel tot op 1 meter verdiept, waarbij enkele scherven konden gerecupereerd worden. Hieronder bevinden zich naast het grijs gebakken aardewerk twee fragmenten roodbeschilderd aardewerk. Opvallend is dat deze waterput vanaf een diepte van 50cm naar buiten toe uitwaaiert. Mogelijk houd dit verband met het instorten van de wanden toen de waterput werd uitgegraven. De bodem van de waterput bevindt zich op 2.60m diep onder het vlak. Het onderzoek naar deze waterput verliep zeer moeizaam omwille van de hoge grondwatertafel. Toch kon op de bodem van de put een restant van een uitgeholde boomstam van eikenhout aangetroffen worden. Deze had een diameter van 35cm, wat bijzonder klein lijkt. Deze uitgeholde boomstam was nog over een lengte van 60cm bewaard en was dieper dan de bodem van de kuil.

De tweede fase van het onderzoek is zonet van start gegaan, waarin nog ongeveer de helft van het terrein wordt opgegraven, zodat in totaal iets meer dan 1 hectare zal onderzocht zijn. Voor deze fase wordt verwacht nog meer middeleeuwse, maar vooral Romeinse sporen van occupatie aan te treffen. U wordt daar en van de reeds opgegraven Romeinse sporen ongetwijfeld op de hoogte gehouden in een volgende nieuwsbrief na het afronden van het terreinwerk.


Evelyn Schynkel & Lien Urmel