7 augustus 2006 : Een Romeinse steenbouw te Aalter
Begin jaren '90 werd in de tuin van Dhr. Maebe langs de Loveldlaan te Aalter een stenen Romeinse waterput aangetroffen.
Tijdens de werfcontrole en de daaropvolgende korte proefsleuvencampagne - waarbij de resten van een steenbouw werden aangetroffen - bleek het belang van de site.
Ook de vrij talrijke prospectie- en toevalsvondsten uit de directe omgeving, alsmede de ideale ligging op de top van een het omliggende land dominerende opduiking wijzen op een grote archeologisch interessante zone.
Toen de UGent toevallig weet kreeg van nakende bouwplannen op een perceel grenzend aan dat van de waterput, werd de Kale-Leie Archeologische Dienst verwittigd en nam men contact op met de eigenaar.
Na praktische afspraken kreeg de KLAD 1 maand de tijd om voor de bouwwerken een preventieve opgravingscampagne uit te voeren.
Direct bij de start van de graafwerken werden de hooggespannen verwachtingen ingelost. In het aangelegde vlak merkte het team twee uitbraaksleuven van muren die een hoek vormden op.
Na manuele uitbreiding konden maar liefst 4 verschillende muren die met elkaar in verband staan opgetekend en gedocumenteerd worden.
Het meest oostelijke muurtracé (haaks op de loveldlaan) vormde samen met de daarop haaks staande noordelijke muur de buitenste hoek van een groter complex. Zo'n 11m van de westelijke muur verwijderd bevindt zich een parallelle binnenmuur die over een lengte van ongeveer 18m kon gevolgd worden. De noordelijke haakse muur loopt nog duidelijk door na de kruising met de binnenmuur tot buiten het opgraafvlak. Een parallel tracé hieraan begint op 4m zuidelijker tegen de binnenmuur.
Samenvattend konden we een hoek van een groter complex in steenbouw onderzoeken, deze is minimaal 18m lang en 14m breed, met verschillende binnenruimtes.
De buitenste muren zijn slechts uitbraaksporen. Dit betekend dat de muren volledig werden uitgebroken, wellicht voor recuperatie, en dat enkel de plaats van de voormalige muur aangeduid wordt door de achtergebleven brokstukken.
Een dwarsdoorsnede op de binnenmuur maakte duidelijk dat de fundering helemaal niet was uitgebroken, maar in situ aanwezig was. Het gaat om een funderingslaag met onderaan een dik pakket veldstenen en klei en daarboven een onderste laag met vlakke veldstenen.
Het opgaand muurwerk is uiteraard niet bewaard door later afbraak- en ploegwerk, maar bestond wellicht uit veldstenen, doornikse kalkstenen als facade, mogelijk gecombineerd met vakwerkbouw.
Verder noordelijk werd nog een grote verkleuring aangesneden die heel wat materiaal bevatte. Het gaat daarbij niet enkel om veldstenen, maar eveneens om doornikse kalkstenen en heel wat (fragmenten van) Romeinse dakpannen. Daarnaast werd ook redelijk wat aardewerk aangetroffen. Het aandeel importwaar is groot, en bevat verschillende grote fragmenten van Terra sigillata. Deze vormen laten een voorlopige datering toe in de 3e eeuw n.C.
Romeinse spijkers en wat bot vervolledigen de vondsten.
Het gaat wellicht om een dumpzone van het afbraakmateriaal afkomstig van de steenbouw. Op een bepaald moment besloot men (dit deel van) de site te verlaten, en het gebouw af te breken.
Romeinse steenbouwsites in zandig Vlaanderen zijn vrij schaars en slecht gekend. Dit onderzoek bood dan ook een unieke kans om niet enkel over de belangrijke site van Aalter-Loveldlaan meer te weten te komen, maar ook om een stenen constructie te documenteren in een voor dit type occupatie weinig gekende regio.
Wat die steenbouw nu eigenlijk was, blijft voorlopig een open vraag. Er zijn twee hypotheses die overeind blijven, ofwel gaat het om een deel van een Romeinse villa, ofwel gaat het om een officiële post - zoals een militair kamp of baanpost. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of de lichte voorkeur die de laatste keuze geniet, kan hardgemaakt worden.
Het KLAD-team
|