KLAD > Kale - Leie Archeologische Dienst

Onderzoek aan de Sint-Hubertstraat te Deinze

Bericht van 18 januari 2012 13:58

Door: Jordi Bruggeman & Natasja Reyns (All-Archeo bvba)

Aanzet van het onderzoek

Immo Danneels nv en Green Corner nv plannen de aanleg van een verkaveling van 40 loten (2,7 ha) aan de Sint-Hubertstraat te Petegem-aan-de-Leie (Deinze). Het terrein wordt in het zuidwesten begrensd door de Kattenbeek, die meer naar het noorden uitmondt in de Leie.

Voorafgaand aan de aanleg van de verkaveling werd tussen 27 en 29 april 2011 een vooronderzoek met proefsleuven uitgevoerd door All-Archeo bvba. Gezien er archeologsiche sporen werden aangetroffen tijdens dit vooronderzoek, werd er een op een deel van het terrein (circa 0,86 ha) een vlakdekkende opgraving uitgevoerd. Ook dit onderzoek werd uitgevoerd door All-Archeo bvba.

Vooronderzoek met proefsleuven

Tijdens dat vooronderzoek werden 19 sleuven aangelegd, waarin 110 mogelijke archeologische sporen werden geregistreerd. Het gaat om greppels, paalkuilen en kuilen.

Deinze Sint-Hubertstraat

Sleuvenplan van het vooronderzoek in de Sint-Hubertstraat

De aangetroffen greppels hebben een lichte bruingrijze tot grijsbruine gevlekte vulling en hebben doorgaans een noord-zuid tot noordoost-zuidwest oriëntatie. Deze laatste oriëntatie is evenwijdig aan de Sint-Hubertstraat.

Twee greppels vallen op door hun ligging te midden van een palencluster (zie verder) in het kijkvenster tussen werkput 14 en 15. Ze lopen lichtjes naar elkaar toe en zijn gelijkaardig van uitzicht. Op basis van vondstmateriaal kunnen ze gedateerd worden in de volle middeleeuwen tot nieuwe tijd. Opvallend is dat ze gelijklopen met de oriëntatie van de aanwezige palenrijen.

Bij het onderzoek werden acht kuilen aangetroffen. Drie zijn onregelmatig van vorm, twee zijn rechthoekig en drie zijn rond. Ze hebben allen een bruine of bruingrijze gevlekte vulling. Spoor 7 en werkput 7 valt op door de grote hoeveelheid houtskool. Mogelijk gaat het om een brandrestengraf. De kuil die er net naast ligt, spoor 6, valt op door zijn grootte. Met circa drie meter diameter is hij beduidend groter dan de overige kuilen. Een boring toonde aan dat de kuil ca. 67 cm diep is.

Deinze Sint-Hubertstraat

Mogelijk brandrestengraf (S7) in werkput 7.

De aangetroffen paalsporen vertonen een gelijkaardige vulling als bij de greppels, met een grijsbruin tot bruingrijs gevlekt uitzicht. De vorm is meestal rond of rechthoekig. Enkele zijn eerder onregelmatig van vorm. Ze werden voornamelijk aangetroffen in werkputten 7, 10, 13, 14 en 15.

Deinze Sint-Hubertstraat

Een van de ronde paalsporen (S4A) aangetroffen in werkput 13.

De grootste cluster van paalsporen is deze in het kijkvenster tussen werkput 14 en 15. Het gaat om een negentiental paalsporen, waarin een huisplattegrond gezien kan worden (zie verder). Vier paalsporen in deze cluster vallen op door hun vulling die eerder grijsgeel gevlekt is. Deze sporen zijn tevens de grootste sporen van de cluster. Het gaat mogelijk om dakdragende palen.

Deinze Sint-Hubertstraat

Zicht op het kijkvenster aangelegd ter hoogte van werkput 15, met de aangetroffen palencluster en greppelstructuren.

Deinze Sint-Hubertstraat

Mogelijke dakdragende palen (S8-10) ter hoogte van de palencluster in werkput 15.

Vondsten plaatsen deze structuur in de volle of late middeleeuwen. Het is niet duidelijk of greppels WP14S5 en WP15S7 iets te maken hebben met deze structuur, al is het frappant dat deze parallel lopen aan de palenrijen.

De drie kleine rechthoekige paalsporen in werkput 7 zijn op basis van hun vulling waarschijnlijk recent te noemen. In werkput 13 bevinden zich nog drie ronde paalsporen, die zich door hun donkerdere vulling onderscheiden van de rest.

Tot slot werden nog een aantal verstoringen aangetroffen, vooral te situeren in het zuidoosten en het noordoosten van het terrein, aansluitend aan de bestaande bebouwing. Ze hebben een donkere bruingrijze tot grijsbruine vulling en bevatten heel wat bouwpuin in het noordoosten en manifesteren zich als een gecompacteerde zone in het zuidoosten.

Besluit

Uit onderzoek van het aangetroffen vondstmateriaal en de aanwezige sporen en structuren die hieruit reeds afgeleid konden worden, is gekomen tot de afbakening van een site. Deze omvat bewoningssporen die vermoedelijk te dateren zijn in de volle of late middeleeuwen. Verder omvat de site mogelijk ook een brandrestengraf.

Het archeologisch vooronderzoek op de terreinen van Immo Danneels en Green Corner nv toonde de aanwezigheid van greppels, kuilen, paalsporen en verstoringen aan. Aan de hand van de evaluatie van de aangetroffen sporen en structuren, werd een site afgebakend. Deze kan in de volle of late middeleeuwen gedateerd worden. Verder omvat het tevens een mogelijk brandrestengraf.

Op basis van deze vaststellingen werd een vervolgonderzoek aanbevolen, gezien een bewaring in situ geen optie was. De zone die afgebakend werd voor vervolgonderzoek beslaat ca. 0,86 ha.

Archeologisch onderzoek

Deinze Sint-Hubertstraat

Gefaseerd grondplan. Groen: metaaltijden Blauw: Romeinse tijd Paars: middeleeuwen Rood: nieuwe of nieuwste tijd

1. Bewoningssporen uit de ijzertijd

Bij de opgraving konden een aantal elementen vastgesteld worden van een erf uit de ijzertijd. In de eerste plaats gaat het om een gebouwplattegrond. Deze bevond zich slechts gedeeltelijk binnen de onderzoekszone en is wellicht verstoord bij de aanleg van de spoorwegberm naast het terrein. Ten oosten van deze gebouwplattegrond bevond zich een waterkuil en konden een achttal spijkers vastgesteld worden.

De breedte van de noordwest-zuidoost georiënteerde plattegrond bedroeg circa 7,20 m. De paalsporen van de basisstructuur hebben een diameter van circa 80 cm en een bewaarde diepte van 64 tot 70 cm. De vulling is lichtgrijs gevlekt. De oriëntatie van de plattegrond sluit aan bij die van de aangetroffen spijkers. Gezien slechts enkele sporen van het gebouw konden gedocumenteerd worden, is het niet mogelijk verder inzicht te krijgen in het gebouwtype.

Deinze Sint-Hubertstraat

Gedeeltelijk bewaarde ijzertijdplattegrond.

Op vlak van oriëntatie hebben vijf spijkers een noordwest-zuidoost oriëntatie  en drie spijkers eerder een noord-zuid oriëntatie. De lengtes van de zijden varieert tussen 2 en 4 m. De sporen zijn rond van vorm, met een diameter tussen 25 en 45 cm en een bewaarde diepte van 12 tot 38 cm. De vulling is donkergrijs gevlekt. In één spoor werd een wandfragment handgevormd aardewerk aangetroffen, evenals twee fragmenten huttenleem. Een ander spoor leverde een wandfragment handgevormd aardewerk op.

Centraal in het noorden van het onderzoeksterrein werd een waterkuil vastgesteld. Deze wordt doorsneden door een recentere greppel. Wellicht kan dit spoor gerelateerd worden aan de aangetroffen plattegrond uit de ijzertijd. De kuil heeft een diameter van 3,7 m en een diepte van 95 cm. De vulling bestaat uit twee opvullingspakketten: het onderste pakket is donkergrijs en enigszins gelaagd en het bovenste pakket is homogeen grijs. Het onderste opvullingspakket lijkt gevormd door het traag dichtslibben van de waterkuil, terwijl het bovenste pakket kan gerelateerd worden aan de dempingsfase.

De waterkuil leverde verschillende vondsten op. Er werd een randfragment, een wandfragment en een bodemfragment in handgevormd aardewerk aan het oppervlak aangetroffen samen met een fragment van een maalsteen. In het bovenste pakket werden zeven wandfragmenten handgevormd aardewerk aangetroffen, evenals nog twee fragmenten van een maalsteen. Tot slot leverden het onderste pakket nog negen wandfragmenten handgevormd aardewerk op en nog 20 fragmenten van een maalsteen.

2. Begravingssporen uit de ijzertijd of Romeinse tijd

Tijdens het onderzoek werd een rechthoekig brandrestengraf aangetroffen, dat in de ijzertijd of in de Romeinse tijd kan gedateerd worden. Het graf bevindt zich in het zuiden van het onderzoeksgebied.

Het heeft afmetingen van 1,4 x 3,3 m en is noordoost-zuidwest georiënteerd. De vulling bestond uit twee lagen: de bovenste laag is een zwartbruin opvullingspakket, de onderste laag is een zwarte houtskoollens. De kuil is slechts 15 cm diep bewaard. Het spoor leverde geen vondstmateriaal op. De vulling werd volledig uitgezeefd, in functie van verder natuurwetenschappelijk onderzoek. De 14C-datering op het houtskool is in uitvoering en kan meer duidelijkheid brengen over de exacte datering van dit spoor.

Deinze Sint-Hubertstraat

Brandrestengraf.

Brandrestengraven komen zowel in kleine grafveldjes als geïsoleerd voor. Mogelijk kunnen ze geïnterpreteerd worden als veldgraven. Bijgiften komen slechts sporadisch voor. De graven zijn niet georiënteerd volgens één bepaalde richting. Ook in de afmetingen van de kuilen zit heel wat variatie (LALOO 2009: 364). Het profiel van het graf op de site in Deinze sluit met zijn rechte wanden en vlakke bodem aan bij de meest voorkomende graven, zoals aangetroffen op de site Evergem – Kluizendok (LALOO 2009: 328-334), maar is duidelijk veel ondieper bewaard. Met zijn afmetingen van 3,3 x 1,4 m is het graf vrij groot. Er zijn tot nog toe slechts weinig brandrestengraven aangetroffen, die afmetingen hebben die veel groter zijn dan 2 x 1 m. (LALOO 2009: 334) Andere geïsoleerde brandrestengraven werden in de regio onder meer aangetroffen in Evergem – Ralingen/Schoonstraat (VAN DE VIJVER 2009: 75-79), Evergem – Koolstraat (DE LOGI 2009: 135-137) en Knesselare – Aquafintracé. (HOORNE 2006: 25-26) Het gaat doorgaans om een rechthoekige graven, maar in het geval van Knesselare, ook om een rond graf. Doorgaans bevindt er zich weinig tot geen botmateriaal in de graven (LALOO 2009: 328-334; DE LOGI 2009: 135-137), wat ook op de site in Deinze het geval bleek.

3. Bewoningssporen uit de middeleeuwen

De grootste concentratie aan middeleeuwse sporen bevindt zich in het noorden van het onderzoeksterrein. Aan de volle middeleeuwen kunnen twee gebouwplattegronden toegewezen worden van een drieschepig, bootvormig type. Wellicht kunnen een aantal van de aangetroffen spijkers eerder gerelateerd worden aan deze woongebouwen. Ook zijn er een aantal greppels aanwezig, die mogelijk het erf afbakenden.

Deinze Sint-Hubertstraat

Grondplan en doorsnedes van middeleeuwse gebouwplattegrond 1.

In het oosten van de onderzoekszone is een noordwest-zuidoost georiënteerde gebouwplattegrond aanwezig. De plattegrond is driebeukig, met afmetingen van minimaal 8,4 x 15,2 m. Het gebouw is slechts gedeeltelijk bewaard: enerzijds zijn de sporen ondiep bewaard of zelfs volledig verdwenen; anderzijds is het uiteinde aan de oostzijde vergraven door een recentere perceelsgracht. De paalsporen zijn doorgaans donkergrijs, licht gevlekt en vierkant tot ovaal van vorm, met een diameter tussen 50 en 150 cm. De bewaarde diepte varieert tussen 10 en 46 cm.

Het vondstmateriaal omvat voornamelijk gedraaid grijs aardewerk. Het opvallendste is een randfragment van een kogelpot, die gedateerd kan worden van het einde van de 10de tot de eerste helft van de 13de eeuw. Op de schouder is decoratie aangebracht in de vorm van vierkantjes, met behulp van een radstempel. Naast gedraaid grijs aardewerk werden ook enkele fragment handgevormd aardewerk aangetroffen. Een enigszins vergelijkbare gebouwplattegrond werd aangetroffen op de site Zomergem – Rijvers. Deze heeft eveneens een noordoost-zuidwest oriëntatie. (BRUGGEMAN 2011)

Een tweede plattegrond, die wellicht ook in de volle middeleeuwen gedateerd kan worden, bevindt zich in het noordwesten van het onderzoeksterrein en is noordwest-zuidoost georiënteerd. Vondstmateriaal ontbreekt volledig. Ook hier is de plattegrond slechts gedeeltelijk bewaard ten gevolge van een latere perceelsgracht. Het gebouw heeft een bewaarde breedte van 10,1 m en een bewaarde lengte van 8,5 m. Evenals de eerste plattegrond, lijkt dit gebouw driebeukig en bootvormig te zijn. De palen van de draagstructuur hebben een diameter van maximaal 1 m en een bewaarde diepte van maximaal 58 cm.

Deinze Sint-Hubertstraat

Grondplan en doorsnedes van middeleeuwse gebouwplattegrond 2.

De twee aangetroffen middeleeuwse gebouwplattegronden kennen verschillende parallellen in de regio. Op de site Evergem – Ralingen/Schoonstraat werden een aantal vrij volledige gelijkaardige driebeukige volmiddeleeuwse gebouwen aangetroffen. Slechts één van de twee plattegronden op de site in Deinze leverde dateringsmateriaal op. Dit laat een datering toe tussen de 10de en het begin van de 13de eeuw. Gelijkaardige plattegronden in de regio worden gedateerd tussen de 10de en de 12de eeuw. (VAN DE VIJVER 2009: 34-40)

De buitenste palenrijen van de dubbele wandpalen, die de twee zijbeuken omvatten, zijn vaak kleiner en minder zwaar ingezet. Dit kan duidelijk gezien worden bij een gebouwplattegrond aangetroffen op de site Evergem-Koolstraat. (DE LOGI 2009: 145-147) Ook bij de site in Deinze zijn bij beide gebouwen de buitenste palenrijen minder diep ingezet – voor zover dit nog kon vastgesteld worden – als gevolg van de verstoring door recentere grachtstructuren. Dit verklaart wellicht waarom bij de eerste plattegrond één van de buitenste palenrijen niet meer bewaard is.

Op vlak van oriëntatie sluiten de aangetroffen middeleeuwse gebouwplattegronden aan op de meest courante richtingen in de regio. Naar analogie met de eerste gebouwplattegrond werd onder meer een noordoost-zuidwest oriëntatie vastgesteld in Evergem-Ralingen (VAN DE VIJVER 2009: 34-40). De oriëntatie van de meeste plattegronden op de site Evergem-Koolstraat (DE LOGI 2009: 145-147) en Aalter-Manewaarde (DE SMAELE 2009) hebben, evenals de tweede gebouwplattegrond op de site in Deinze, een oost-west oriëntatie.

Het middeleeuwse erf wordt mogelijk afgebakend door een greppel. Deze greppel heeft een lichte noordwest – zuidoost oriëntatie en een zwartgrijze vulling. Mogelijk werd het erf vergroot met de aanleg van  twee andere greppels. Deze hebben dezelfde oriëntatie en zijn ongeveer even breed. Uit een van deze greppels is een randfragment rood geglazuurd aardewerk van een bord afkomstig. Dit fragment is te dateren in de late middeleeuwen of nieuwe tijd.

4. Sporen uit de nieuwe en nieuwste tijd

Uit de nieuwe en nieuwste tijd kon een palenrij, wellicht afkomstig van een noordoost-zuidwest georiënteerde afsluiting vastgesteld worden. Deze afsluiting kon over een afstand van 71 m gevolgd worden. De paalsporen zijn los van vulling en zijn vierkant tot rond van vorm. Ze hebben doorgaans een diameter kleiner dan 10 cm en zijn slechts enkele centimeter diep bewaard. De tussenafstand tussen de paaltjes bedraagt 1,6 m. Daarnaast bestaan de sporen voornamelijk uit perceelsgreppels, in hoofdzaak te plaatsen in de nieuwe tijd. De perceelsgreppels hebben doorgaans een noordwest-zuidoost tot noordoost-zuidwest oriëntatie.

Vondstmateriaal omvat vooral steengoed (Siegburg, Raeren en Langerwehe), grijs gedraaid aardewerk, enkele scherven handgevormd aardewerk, ijzeren nagels en geglazuurd aardewerk.

Algemeen besluit

Bij de opgraving op de site Deinze – Sint-Hubertstraat werd een erf uit de ijzertijd vastgesteld. In de eerste plaats omvat het een noordwest-zuidoost georiënteerde gebouwplattegrond. Dit bevond zich slechts gedeeltelijk binnen de onderzoekszone en is wellicht verstoord bij de aanleg van de spoorwegberm. Ten oosten van deze gebouwplattegrond bevond zich een waterkuil, die naast aardewerk verschillende maalsteenfragmenten opleverde. Ook konden een achttal spijkers, met een noorwest-zuidoost of een noord-zuid oriëntatie worden herkend. Slechts twee ervan konden met enige zekerheid aan de ijzertijd toegewezen worden. Tijdens het onderzoek kon tevens een ondiep bewaard, rechthoekig brandrestengraf vastgesteld worden, te dateren in de ijzertijd of in de Romeinse tijd. Onderaan het spoor bevindt zich een houtskoolrijke lens, met daarboven een opvulpakket. Het spoor leverde geen vondstmateriaal op.

Aan de volle middeleeuwen kunnen twee gebouwplattegronden toegewezen worden van een drieschepig, bootvormig type. Het eerste gebouw kent een noordoost-zuidwest oriëntatie. De palen van de meest noordelijke beuk bleven niet bewaard. De tweede middeleeuwse gebouwplattegrond is noordwest-zuidoost georiënteerd, en leverde geen vondstmateriaal op. Ook zijn er een aantal greppels aanwezig, die mogelijk het erf afbakenden. De gebouwplattegronden sluiten aan bij de uit de regio gekende middeleeuwse voorbeelden.

Bibliografie

Bruggeman J., Derieuw M. & Reyns N., 2011, Archeologische opgraving Zomergem – Rijvers, Rapporten All-Archeo bvba 28, 99p.

De Logi A., Deconynck J.,  Vanholme N. & Reniere S., 2009, Archeologisch onderzoek Evergem – Koolstraat 1 oktober 2008 tot 10 juni 2009, KLAD-rapport 15, 176p.

Derieuw, M., N. Reyns & J. Bruggeman, 2011, Archeologisch vooronderzoek Petegem-aan-de-Leie (Deinze) – Sint-Hubertstraat, Bornem (Rapporten All-Archeo bvba 35).

Hoorne J., Vanhee D., Eggermont N. & Decorte J., 2006, Archeologische opvolging Aquafintracé Aalter-Brug – Knesselare fase 1 A. 3 november – 2 december 2005, KLAD-rapport 1, 35p.

Laloo P., De Clercq W., Perdaen Y. & Crombé P., 2009, Het Kluizendokproject. Basisrapportage van het preventief archeologisch onderzoek op de wijk Zandeken (Kluizen, gem. Evergem, prov. Oost-Vlaanderen). December 2005 – december 2009, UGent Archeologische Rapporten 20, 400p.

Van de Vijver M., Keppens K., Schynkel E. & Dalle S., 2009, Archeologisch onderzoek Evergem – Ralingen/Schoonstraat, 23 februari tot 26 juni 2009, KLAD-rapport 14, 92p.

De Smaele B. & De Langhe K.,  2009, Aalter Manewaarde (2008), http://www.deklad.be/aalter-manewaarde-2008.

Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat Deinze Sint-Hubertstraat

Geef een reactie